Joohopia Template

 

 

 

 

 

 

 

 

Intro boeddhisme

 

Onderstaande tekst is ook in het Engelse origineel beschikbaar: Introduction to Buddhism

 

Een inleiding in het boeddhisme

Deze korte uiteenzetting is bedoeld als een beknopte inleiding in het boeddhisme. Aan bod zullen komen hoe boeddhisten de wereld zien , de vier edele waarheden die Boeddha ons leerde, de boeddhistische kijk op het ego, de relatie tussen het ego en de verschillende manieren waarop het reageert op de wereld om zich heen, het boeddhistische achtvoudige pad, en het uiteindelijke doel, nirvana.

Mike Butler

 

De drie kenmerken van het bestaan

Het Boeddhisme wordt omschreven als een zeer praktische godsdienst. Het wentelt zich niet in bovennatuurlijke verklaringen over het ontstaan van alle dingen; het kent geen theologie, geen aanbidding van een god noch een vergoddelijking van de Boeddha. Het boeddhisme heeft een zeer heldere kijk op het menselijk bestaan; het is niet gebaseerd op wishful thinking. Alles dat de Boeddha onderwees, was gebaseerd op zijn eigen observaties. Alles dat hij onderwees, kunnen we verifiëren door onze eigen observaties. 

Als we naar ons leven kijken, op een eenvoudige en eerlijke manier, dan zien we dat het gekenmerkt wordt door frustratie en pijn. Dit komt omdat we onze relatie met “de buitenwereld” proberen veilig te stellen door onze ervaringen op een concrete manier te bestendigen. We gaan bijvoorbeeld met iemand uiteten die we erg bewonderen, alles gaat perfect en als we na afloop thuiskomen, beginnen we te fantaseren over alle dingen die we kunnen gaan doen met onze nieuwe vriend of vriendin, plekken waar we heen kunnen gaan, enz. We gaan door het proces van een poging tot bestendiging van onze relatie. De volgende keer als we onze vriend of vriendin zien, heeft hij of zij misschien hoofdpijn en is kortaf tegen ons; we voelen ons onheus bejegend, we zijn gekwetst, al onze plannen verdwijnen als sneeuw voor de zon. Het probleem is dat “de buitenwereld” voortdurend in verandering is, alles is vergankelijk en het is onmogelijk een blijvende verbinding met wat dan ook aan te gaan.

Als we het begrip vergankelijkheid eerlijk en van dichtbij bekijken, dan zien we dat alles ervan doordrongen is. alles is gekenmerkt door vergankelijkheid. We kunnen een eeuwig bewustzijn aanhalen, of een hoger zelf, maar als we ons bewustzijn nader onderzoeken, dan zien we dat het samengesteld is uit voorbijgaande mentale processen en gebeurtenissen. We kunnen dan zien dat ons “hoger zelf” op zijn best een speculatie is, maar eerst en vooral een denkbeeldig iets. Het is slechts een idee dat we verzonnen hebben, opnieuw om onszelf en onze relaties met de “buitenwereld” te bestendigen. Hierdoor voelen we ons vaak onbehaaglijk en onrustig, zelfs als alles goed lijkt te gaan. Pas wanneer we dit vastklampen opgeven, kunnen we ons beter voelen.

Deze drie dingen: lijden, vergankelijkheid en het ontbreken van een (hoger, permanent) zelf staan in het boeddhisme bekend als de drie universele kenmerken van het bestaan.

De vier edele waarheden

De eerste leerrede die de Boeddha na zijn verlichting gaf, ging over de vier edele waarheden. De eerste edele waarheid leert ons dat het leven lijden is. Als we eerlijk tegenover onszelf zijn, zijn er zelfs tijden wanneer het ronduit miserabel is. Met ons gaat het misschien goed op dit moment, maar als we om ons heen kijken, zien we andere mensen in de verschrikkelijkste omstandigheden: kinderen die omkomen van de honger, terrorisme, haat, honger, oorlogen, intolerantie, mensen die gemarteld worden. We krijgen een onbehaaglijk gevoel als we zelfs maar oppervlakkig denken aan de situatie waarin de wereld zich bevindt. Wij zelf zullen op een goede dag oud zijn, ziek worden, en uiteindelijk overlijden. Hoezeer we ook proberen dit uit de weg te gaan, er komt een dag dat we doodgaan. Ook al proberen we er niet aan te denken, we worden er voortdurend aan herinnerd.

De twee edele waarheid leert ons dat lijden een oorzaak heeft. We lijden omdat we voortdurend worstelen om te overleven. We proberen voortdurend ons bestaan te bewijzen. Misschien zijn we extreem nederig en cijferen we onszelf weg, maar zelfs dat is een poging om onszelf te definiëren. We worden dan gedefinieerd door onze nederigheid. Hoe harder we worstelen om onszelf en onze relaties te bewijzen, hoe pijnlijker onze ervaring wordt.

De derde edele waarheid leert ons dat de oorzaak van het lijden opgeheven kan worden. Onze worsteling om te overleven, onze poging om onszelf te bewijzen en onze relaties te bestendigen, is onnodig. Wij en de wereld kunnen comfortabel met elkaar overweg zonder dat we allerlei onnodige poses aannemen. We zouden een eenvoudige, directe en ongecompliceerde persoon kunnen zijn. We zouden een eenvoudige relatie kunnen aangaan met onze wereld, onze koffie, echtgenoot en vrienden. Dit doen we door onze verwachtingen over hoe dingen zouden moeten zijn, op te geven.

Dit is de vierde edele waarheid: de weg, of het pad om een einde te maken aan de oorzaak van het lijden. Het centrale thema van dit pad is meditatie. Meditatie betekent hier de beoefening van mindfulness (aandachtigheid). We oefenen om aandachtig te zijn met betrekking tot alle dingen die we gebruiken om onszelf te pijnigen. We worden aandachtig door onze verwachtingen over hoe dingen zouden moeten zijn op te geven, en vanuit deze aandachtigheid beginnen we ons bewust te worden van hoe de dingen werkelijk zijn. We beginnen het inzicht te krijgen dat dingen werkelijk eenvoudig zijn en dat we heel goed met onszelf en onze relaties kunnen omgaan zodra we stoppen zo complex en manipulatief te zijn.

De vijf skandha's

De boeddhistische leer van egoloosheid (“het ontbreken van een zelf”) kan verwarrend zijn voor Westerlingen. Ik denk dat dit komt doordat er enige verwarring is over wat met “ego” bedoeld wordt. “Ego” in de boeddhistische betekenis verschilt nogal van het Freudiaanse ego. Het boeddhistische ego is een verzameling van mentale voorvallen die opgedeeld wordt in vijf categorieën die skandha's genoemd worden, wat vrij vertaald “bundels” of “hopen” betekent.

Als we een Westerse uitdrukking zouden moeten gebruiken, zouden we kunnen zeggen dat “in het begin” alle dingen goed gingen. Op een gegeven moment echter was er een verlies van vertrouwen in hoe de dingen gingen. Er was een soort oerpaniek die verwarring veroorzaakte over wat gaande was. In plaats van dit verlies van vertrouwen te erkennen, was er een vereenzelviging met deze paniek en verwarring. Het ego begon zich te vormen. Dit staat bekend als de eerste skandha, de skandha van vorm.

Na de vereenzelviging met de verwarring begint het ego te verkennen hoe het zich voelt bij deze ervaring. Als de ervaring ons bevalt, proberen we haar naar ons toe te trekken. Als ze ons niet bevalt, proberen we haar van ons weg te duwen of zelfs teniet te doen. Als we er een neutraal gevoel bij hebben, besteden we er simpelweg geen aandacht aan. Hoe we ons voelen bij een ervaring wordt de vorm-skandha genoemd; wat we eraan proberen te doen, staat bekend als de skandha van waarneming en impuls.  

De volgende stap is de ervaring proberen te herkennen of te labelen. Als we de ervaring in een hokje kunnen stoppen, kunnen we haar beter manipuleren. Dan hebben we een heel arsenaal aan trucs tot onze beschikking om erop los te laten. Dit is de skandha van concept (of begrip).

De laatste stap in de geboorte van het ego wordt de skandha van bewustzijn genoemd. Het ego begint gedachten en emoties te overpeinzen. Dit zorgt ervoor dat het ego zich solide en “echt” voelt. Dit overpeinzen wordt “samsara” genoemd – letterlijk “ronddraaien”. Hoe het ego zich over zijn eigen situatie voelt (de skandha van gewaarwording) bepaalt welke van de zes werelden het voor zichzelf creëert.

De zes bestaanswerelden 

Als het ego besluit dat het de situatie aangenaam vindt, begint het allerlei mogelijke manieren te bedenken om deze situatie te kunnen bezitten. er ontstaat een vurig verlangen om de situatie te consumeren en we verlangen ernaar om dat verlangen te stillen. Als dat eenmaal gelukt is, ontstaat er gelijk weer een nieuw verlangen en gaan we op zoek naar iets anders om te consumeren. Zo vervallen we in een gewoontepatroon van consumptie. We bestellen bijvoorbeeld een stukje software voor onze computer. We spelen er een tijdje mee tot het nieuwe er vanaf is en vervolgens gaan we op zoek naar het volgende softwareprogramma dat ons het magische gevoel van nieuwigheid geeft. Al snel hebben we nog niet de verpakking van het huidige product gehaald of we zijn alweer op zoek naar het volgende. Het bezit en gebruik van de software schijnt niet meer zo belangrijkte zijn als het verlangen ernaar en het uitkijken naar de bezorging ervan. Dit staat bekend als de wereld van de hongerige geesten, waarbij we van verlangen een bezigheid hebben gemaakt. We kunnen nooit voldoening vinden; het is als zout water drinken om onze dorst te lessen.

Een andere wereld is die van het dierenrijk, of het bezit van een geest als die van een dier. We zoeken dan zekerheid door ons ervan te vergewissen dat alles volkomen voorspelbaar is. We kopen alleen maar aandelen van bekende, solide bedrijven, we wagen nooit een kansje en we kijken nooit naar nieuwe mogelijkheden. De gedachte aan nieuwe mogelijkheden beangstigt ons en we kijken met minachting naar iedereen die iets vernieuwends voorstelt. Deze bestaanswereld wordt gekarakteriseerd door onwetendheid. We zetten oogkleppen op en kijken alleen maar recht voor ons, nooit naar rechts of links.

De hellewereld wordt gekarakteriseerd door intense agressie. We bouwen een muur van woede tussen onszelf en onze ervaring. Alles irriteert ons, zelfs de onschuldigste opmerking maakt ons razend. De hitte van onze woede wordt naar ons teruggereflecteerd en drijft ons tot waanzin om aan onze foltering te ontsnappen, wat ervoor zorgt dat we vervolgens nog harder gaan strijden en nog bozer worden. Het geheel ontwikkelt zich als een sneeuwbaleffect waarbij we uiteindelijk zelfs niet meer weten of we met iemand anders of onszelf strijden. We zijn zo druk aan het strijden dat we geen alternatief zien. De mogelijkheid van een alternatief komt zelfs nooit bij ons op.

Dit zijn de drie lagere werelden. Eén van de drie hogere werelden is die van de jaloerse goden. Dit bestaanspatroon wordt gekarakteriseerd door intense paranoia. We zijn altijd bezig met "het te maken". Alles zien we vanuit een competitief gezichtspunt. We proberen voortdurend punten te scoren en proberen te voorkomen dat anderen punten scoren ten koste van ons. Als iemand iets bijzonders bereikt, zijn we vastbesloten die persoon te overtreffen. Nooit vertrouwen we iemand; we "weten" dat anderen ons proberen voorbij te streven. Als iemand ons probeert te helpen, proberen we uit te vinden wat er achter zit. Als iemand ons niet helpt, ligt hij dwars en spreken we met onszelf af dat we het hem later terug zullen betalen. "Laat je niet gek maken, zet het ze betaald," is ons motto.

Wordt vervolgd 



   
 

 

tmpl by joohopia